© BBTK - Antwerpen | 2018 | Van Arteveldestraat 9-11 2060 Antwerpen | Disclaimer

 

Stakingsrecht

1. Belang

Het enige wat een werknemer heeft, is zijn arbeid. Die verkoopt hij aan de werkgever in ruil voor een loon.

Als de werkgever niet tevreden is over de werknemer dan kan hij hem ontslaan en iemand anders in de plaats zetten.

Als een werknemer niet akkoord is met zijn werkgever dan kan hij ontslag (link naar miniwebpagina die ontslag uitlegt) nemen. Maar dan heeft hij  geen werk meer. Het enige dat een werknemer kan doen is tijdelijk het werk neerleggen. De arbeid “staken” dus. De werkgever is de sterkste partij en de werknemer staat daar slechts individueel tegenover. Om die ongelijkheid op te heffen, organiseren de werknemers zich in vakbonden. Zo kunnen ze gelijktijdig staken en treffen ze de werkgever in zijn portemonnee.  Dat moet ongestraft kunnen gebeuren want anders is er weer geen evenwicht.

 

2. In den beginne was er niets, erger nog: onder nul

Al sinds de Franse Overheersing was het aan werknemers verboden om zich te organiseren. Staken was helemaal uit den boze 1 .

 

Met de Belgische Onafhankelijkheid (1830) werd de meest vooruitstrevende grondwet van Europa opgesteld. Het toenmalige artikel 20 zei: “Alle Belgen krijgen het recht op vereniging zonder dat dit recht aan een preventieve maatregel kan onderworpen worden.” Dit artikel was echter een fopje. Tussen 1830 en 1867 kregen 1500 stakende werknemers gevangenisstraffen!

 

3. Evolutie

In 1866 verzachtte de wetgever het verenigingsverbod maar er kwam een ‘artikel 310’ in het strafwetboek. Dat artikel bepaalde: “dat de minste morele of fysieke dwang, alsook de samenscholingen bij de fabrieksgebouwen of bij de gebouwen van de werkgevers waardoor de vrijheid van arbeid en nijverheid wordt aangetast, strafbaar is”. Individueel het werk neerleggen was niet langer strafbaar maar stakingsposten opzetten kon absoluut niet. Het volstond om aan de fabriekspoort een wenkbrauw te fronsen ten overstaande van een werkwillige om in de gevangenis te vliegen. Rechtbanken sprongen dikwijls zeer creatief om met het artikel 310 waardoor heel wat stakers hun werk en vrijheid kwijt speelden 2 . Het opzetten van efficiënte vakbondsacties was in de feiten vrijwel onmogelijk.

Rond 1890 maakten vindingrijke stakers het ‘stakerspijpje’ waarmee ze de werkwilligen ‘een neus zetten’ maar toch onder de radar bleven om niet gestraft te worden.

Antwerpen 28 oktober 1904
Vlag van de Diamantbewerkersbond n.a.v. de vrijlating van Jan Bartels die veroordeeld was tot een gevangenisstraf vanwege een vakbondsactie.

 

De Eerste Wereldoorlog was een keerpunt. Tijdens de oorlog had de BWP 3 samengewerkt in de regering. Dit werd verzilverd door toegang aan de onderhandelingstafel met de koning in Loppem op 11 november 1918.

Dat de machtshebbers de BWP erbij namen, was niet alleen het gevolg van het ‘bewijs van goed gedrag en zeden’. In Rusland was de Communistische Partij aan de macht gekomen en ook Duitse soldaten begonnen in Brussel op hun officieren te schieten. Revolutie dreigde en erger moest voorkomen worden. Het Algemeen Enkelvoudig (mannen)Stemrecht werd goedgekeurd en het “artikel 310” afgeschaft. Deelnemen aan stakingspikketten was niet langer strafbaar en voortaan kon men niet langer ontslagen worden wegens lidmaatschap van een vakbond.

 

Individueel staken was sinds 1866 niet meer strafbaar, het werd nog steeds gezien als “verbreking van de arbeidsovereenkomst” want de werknemer voerde zijn contract niet uit. Pas in 1967 oordeelde het Hof van Cassatie dat (individueel) staken slechts een schorsing en dus geen verbreking van de arbeidsovereenkomst inhield. Een belangrijk element was echter dat de staking was uitgeroepen of erkend door een vakbond.

De reactie bleef niet uit: werkgevers bleven stakers ontslaan “wegens dringende reden”. Dit is een constructie uit het arbeidsrecht die het mogelijk maakt de arbeidsovereenkomst onmiddellijk te verbreken omdat verdere samenwerking onmogelijk is. Zowel de werkgever als de werknemer kunnen er beroep op doen. Pas in 1981 verwierp het Hof van Cassatie deze manier van werken. Voortaan was er dus ook een individueel stakingsrecht. Het was vanaf dan niet meer nodig dat een vakbond de staking erkende.

 

Al in 1961 werd het Europees Sociaal Handvest opgesteld. België bekrachtigde het pas in 1990. Omdat een internationaal verdrag boven de Belgische wetgeving staat hebben de Belgische werknemers sinds dan onder andere de volgende rechten: vrijheid van organisatie, collectief onderhandelen en optreden, staken.

 

4. Vandaag

Het verhaal is echter niet af.

Werkgevers bedenken steeds creatievere sluipwegen om het staken en actievoeren te dwarsbomen. Hoewel dat verboden is, zetten ze dikwijls uitzendkrachten in om het verlies in de productie op te vangen.

Een andere truc is het neerleggen van “eenzijdige verzoekschriften”. Eerst stappen ze naar een “gewone rechter” (dus niet naar de Arbeidsrechtbank). Daar leggen ze een “eenzijdig verzoekschrift in kortgeding” neer. Dat is een dringende vraag aan de rechtbank om een stakingspost te verbieden. Omdat het verzoekschrift eenzijdig is, is er geen wederwoord van de vakbond vereist. De rechtbank moet bovendien snel en voorlopig oordelen. Ze kan beslissen om het piket “iets te verplichten” (bv. de werkwilligen door te laten) of “iets te verbieden” (bv. te verbieden om de aanvoer van grondstoffen te blokkeren). Aan diegenen die zich niet houden aan dat vonnis kan een dwangsom (zeg maar boete) geëist worden. Om het vonnis te doen uitvoeren worden dan gerechtsdeurwaarders naar het piket gestuurd om de feiten vast te stellen. Die deurwaarders nemen dan de politie mee om te proberen de identiteitskaarten van stakers te bemachtigen en hen zo te beboeten.

In vrijwel alle gevallen vernietigen de hogere rechtbanken die eenzijdige verzoekschriften. Dat is goed, maar toch kouwe koffie. Het stakingspiket werd verboden en de stakers werden geïntimideerd door de deurwaarders met politie. De actie is daarom niet mislukt maar het maandenlange gevoel dat een dwangsom van ettelijke duizenden euro boven je hoofd hangt, zal je wel twee keer doen nadenken voor je een volgend piket organiseert.

Daarom moeten we proberen om zo talrijk mogelijk aanwezig te zijn aan de piketten. Deurwaarders met gezond verstand zijn niet zo scheutig om een vonnis te betekenen aan een grote groep.

 

Heel recent (2016) werden de politie en het gerechtelijk apparaat ingeschakeld om actievoerders uiteen te slaan, te intimideren en verdere syndicale actie te ontmoedigen. Een veroordeling tot 10 jaar cel hing 2 militanten boven het hoofd. De rechtbank sprak 1 militant vrij maar de 2de werd (ook in beroep) “eenvoudig schuldig” bevonden. Dit betekent dat hij geen straf kreeg maar toch schuldig is aan een vergrijp. Lees de beschouwingen van onze advocaten.

 

De geschiedenis leert ons dat aan de werknemers nooit iets werd gegeven. Voor alle verworvenheden hebben we moeten vechten. Het recht op staken en collectieve actie werd ons niet in de schoot geworpen. Dit staat bovendien niet op zichzelf! Het is een middel en geen doel op zich. Het is ons belangrijkste middel om nieuwe rechten te krijgen of om te beletten dat oude worden afgepakt.

 

Het stakings- en actierecht is ons te dierbaar om het af te geven aan juristen, politici of Europese beleidsmakers. We moeten de krachtsverhoudingen in eigen handen houden!

Bronnen en voetnoten

 

Bronnen:

  • Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn? Jaak Brepoels

  • “Staken is een arbeidsrecht”, Lieven Lenaerts in MO-magazine 12/01/2000, https://www.mo.be/artikel/staken-een-arbeidsrecht

  • VANACHTER, O., “ De tussenkomst van de rechter bij collectieve arbeidsgeschillen”, TSR 1995,

  • ABVV-nota I009/12 social 028 P/AD/LVL/AA van 23/02/2012 “Uitspraak collectieve klacht 3 vakbonden vs België”

  • ABVV-nota 19B066N social 036 P/MG/LVL/AA van 07/02/2019 soc 128-16B304Nbis “praktische handleiding collectieve actie” versie juni 2016

  • “Het stakingsrecht verdedigen, vechten voor onze rechten”, praktische gids voor de verdediging van onze syndicale rechten, ABVV-Brussel, cahiers van de militant nr6-01/05/2009

  • Alleen samen kan het anders, fragmenten uit een eeuw Algemene Centrale ABVV Antwerpen-Waasland”, Vincent Scheltiens, 1mei2018

  • “Wij zijn de AC, 100 jaar Algemene Centrale ABVV, 200 jaar syndicale geschiedenis”, AMSAB/Luc Peiren 2008

  • Synopsis van het Belgisch arbeidsrecht, P. Humblet, R. Janvier, W. Rauws, M. Rigaux, Intersentia, 2006

  • Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 3 (maart), pagina 67 to 71 Jos Vander Velpen

  • Tekst van Luc Peiren - AMSAB

Voetnoten:

1. In de middeleeuwen waren beroepsgroepen zich gaan organiseren in gilden en ambachten.

De bedoeling was om “het beroep” en de kwaliteit te beschermen en concurrentie tegen te gaan. Als iemand de regels van de gilde niet volgde, dan had iedereen daar last van.

Pottenbakkers hebben water nodig om hun klei te kunnen bewerken. Ze kwamen overeen dat als het vroor in één werkplaats, er geen enkele pottenbakker in dezelfde stad nog aan de slag mocht. Zo kregen de collega’s van beter geïsoleerde ateliers geen voordeel tegenover de minder fortuinlijke.

Een andere regel was dat de gilden de prijzen van de producten bepaalden en die zo kunstmatig hoog konden houden. Bovendien spraken ze af wie hoeveel verdiende binnen de gilde.

Het opkomende kapitalisme voelde zich ernstig belemmerd door deze systemen van prijs- en loonafspraken. De leuze was immers ‘vrijheid blijheid’: “Ik produceer wat en hoeveel ik wil en verkoop het tegen de prijs die de consument wil betalen. Ik bepaal ook zelf wie ik aan het werk zet en hoeveel ik die betaal.”

De Franse Revolutie (1789) bracht het kapitalisme aan de macht en verbood met de wet Le Chapelier de hele idee van de gilden. Het was patroons voortaan verboden “om op een onjuiste manier de lonen te drukken”. Aan de werknemers werd het verboden om “terzelfdertijd het werk neer te leggen of het werk te verbieden in een werkplaats”. Bij overtreding waren de straffen voor de werkgevers (boete) veel zwaarder dan voor de arbeiders (gevangenisstraf).

De Fransen exporteerden hun wetgeving toen onze provincies werden ingelijfd in de Franse Republiek (1794-1815)

 

2. Zo werden bv. de Antwerpse vakbondssecretarissen van de zeelieden in 1914 effectieve celstraffen van 18 en 24 maanden opgelegd. Door het uitbreken van WO1 en hun vlucht naar Engeland konden deze straffen niet uitgevoerd worden.

3. Belgische Werkliedenpartij: voorloper van de Belgische Socialistische Partij, voorloper van sp.a socialistische partij anders/PS Parti Socialiste