© BBTK - Antwerpen | 2018 | Van Arteveldestraat 9-11 2060 Antwerpen | Disclaimer

 

Minimumloon en bescherming van het loon

1. belang

In juni ’36 werd er massaal gestaakt in België. Een minimumloon van 32 frank per dag was één van de belangrijkste eisen en werd gerealiseerd!

 

De eis om een minimumloon leefde al langer in de syndicale wereld. Één loon waarmee je al de nodige uitgaven kon doen zonder elke dag te moeten piekeren over hoe de eindjes aan elkaar te knopen. Eten, wonen, kleden, ontspannen, … zijn basisbehoeften waarop elke mens recht heeft!

2. Geschiedenis

Van zodra men in de fabrieken ging werken, bepaalde de patroon autonoom het loon; te nemen of te laten! Er was geen minimumloon waardoor arbeiders amper toe kwamen om hun hoofd boven water te houden. Vrouw en kinderen – vanaf zeer jonge leeftijd – gingen mee werken om meer geld te hebben. Zij verdienden minder dan de mannen! Arbeiders leefden in ‘beluiken’ waar de leefomstandigheden abominabel waren. Laat staan dat men geld had om de kinderen naar school te sturen. Zij waren nodig om het gezinsinkomen mee te spijzen.

 

Door de oprichting van vakbonden werden er looneisen gesteld. Sterke vakbonden lukten er in om de levenstandaard van de arbeiders te verbeteren door o.a. hogere lonen af te dwingen.

 

In oktober 1929 was er de krach van Wall Street in New York die uitgroeide tot een economische, diepe depressie. De kapitalistische wereld was er op de vooravond van Wereldoorlog Twee nog niet van bekomen. De deflatiepolitiek van de Belgische regering leidde in 1932 tot een stakingsgolf in Wallonië (vooral Henegouwen). Tussen juli 1930 en 1932 waren er liefst zeven loondalingen die samen opliepen tot 30 tot 35% van het loon.  Ondanks de steun van 140.000  arbeiders werden er geen eisen ingewilligd. In 1933 werd de werklozensteun gekoppeld aan de beruchte ‘staat van behoefte’. Er kwamen vernederende controles waarbij er o.a. jacht werd gemaakt op dokwerkers met een tuin die een varken vetmestten. Door de hoge huishuur besteedde de gewone man 25 à 40 procent van zijn uitgaven aan huishuur. Voor heel wat gezinnen was dit de hoogste post in de uitgaven.

 

Aan de vooravond van de parlementsverkiezingen in ‘ 36 werden twee leden van de plakploeg van de Belgische Werklieden Partij (voorloper SP.A – PS) neergeschoten tijdens een treffen met enkele fascisten. Pot en Grijp waren ook militanten bij de Belgische Transportarbeidersbond. Op de dag van de begrafenis, 26 mei, werd er door de BTB een 24-urenstaking uitgeroepen. Op 2 juni 1936 staken de Antwerpse dokwerkers het vuur aan de lont. De diamantbewerkers en de Luikse mijnwerkers volgden. De Syndikale Kommissie (voorloper ABVV) stelde haar eisenprogramma op: algemene aanpassing van de lonen met een minimumloon tot 32 frank per dag, invoering van wettelijke maatregelen om de arbeidersvrijheid volledig te waarborgen, betaald verlof en de veertigurenweek. Dit eisenplatform werd door de katholieke en liberale vakbonden gesteund. De regering Van Zeeland – met socialisten – zette de rijkswacht in tegen de stakers. Dit had een averechts effect. FN Herstal werd bezet en al vrij snel waren een half miljoen werknemers aan het staken. Vooral in de Borinage trad de rijkswacht zeer bruut op en viel er één dodelijk slachtoffer; een vrouw werd getroffen door kogels van de rijkswacht die lukraak door de ramen schoot.

 

Op 17 juni riep de eerste minister Paul Van Zeeland de patroons en vakbonden samen, de eerste Nationale Arbeidsconferentie was een feit. Alle vakbondseisen – buiten de 40-urenweek – werden ingewilligd. Een minimumloon werd vastgesteld, betaald verlof met 6 dagen werd gerealiseerd, een loontoeslag van 7 tot 8 procent, een progressieve invoering van de 40-urenweek werd in het vooruitzicht gesteld. De Belgische werknemer bekwam door deze staking het minimumloon tot 32 frank per dag. De lonen konden vanaf nu de prijzen volgen en zelfs lichtjes voorbij steken. In 1939 echter daalde de koopkracht terug door de oorlogsgebeurtenissen in het buitenland. Door de Tweede Wereldoorlog kwam alles tot stilstand en werden er een aantal sociale wetten door de Duitse bezetter terug geschroefd. Voor heel wat voedingsmiddelen moest men beroep doen op de zwarte markt met alle gevolgen van dien. De burger kwam amper toe om in zijn levensonderhoud te voorzien.

3. Hoe zit het nu in België?

In België worden de minimumlonen niet bepaald door de wetgeving. De geldende minimumlonen worden bij ons, zoals in sommige andere landen, traditioneel vastgelegd in de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten in de paritaire comités. Indien de sector-CAO een minimumloon voorschrijft, mag de individuele overeenkomst geen lager, maar wel een hoger loon toekennen. In België wordt het minimumloon (gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen) geregeld door CAO 43 van de Nationale Arbeidsraad. Die CAO wordt regelmatig aangepast aan de levensduurte.

 

Het nationale minimuminkomen in België is laag. Met 1.593 euro per maand, oftewel 9,68 euro per uur bedraagt het slechts 47% van het mediaanloon. Europees gezien gooien we daar geen hoge ogen mee. Slechts vijf landen doen slechter. Wie denkt dat er amper nog iemand aan dit loon werkt, vergist zich. Volgens de RSZ werken er 66.000 mensen onder deze inkomensgrens. Wie onder het minimuminkomen valt, krijgt in principe een tegemoetkoming van de werkgever om aan het minimum te komen. Maar het gaat ook om wie net boven dat minimuminkomen valt. Bijna 130.000 Belgen hebben een beroepsinkomen dat onder 1.640 euro bruto ligt. Het aantal werkende armen – een job hebben, maar financieel niet rondkomen – steeg de afgelopen tien jaar met 16%.

4. Onze eis: fight for 14€

De globalisering zet druk op de lonen, omdat bedrijven hun productie kunnen delokaliseren naar lageloonlanden. Hoe meer er geproduceerd wordt tegen lage lonen, hoe lager de vergoeding voor arbeid en hoe hoger voor kapitaal.

 

‘Maar het belangrijkste element is volgens mij dat werknemers een zwakkere onderhandelingspositie hebben’, aldus Thomas Carlén, econoom van de Zweedse vakbond LO. ‘Dat heeft met verschillende zaken te maken. Door de globalisering, de technologische ontwikkelingen en de deregulering van financiële markten hebben werkgevers meer dan één terugvalpositie. Ze kunnen arbeid verschuiven naar goedkope landen, of vervangen door machines. Ook kunnen ze hun kapitaal investeren in elk land dat hen aanstaat. Tegelijk worden werknemers afhankelijker van hun werkgever, doordat er in veel landen beknibbeld wordt op de sociale zekerheid en ze dus minder makkelijk kunnen terugvallen op vervanginkomens. Bovendien is het aantal leden van de vakbonden in een aantal landen fors gezakt. Dat alles verzwakt de onderhandelingspositie van werknemers, ten voordele van werkgevers’.

Werknemers die een flexibel contract hebben, zijn minder goed georganiseerd en makkelijker af te danken, stelt de Nederlandse Centrale Bank vast. Daar ondervinden ook vaste werknemers de gevolgen van. Zij staan in onderhandelingen minder sterk als ze moeten concurreren met flexibele collega’s.

 

Een belangrijke consequentie van die ontwikkeling is dat de ongelijkheid toeneemt. Kapitaalinkomens zijn, veel meer dan arbeidsinkomens, geconcentreerd bij een klein deel van de bevolking. Het Internationaal Monetair Fonds toonde twee jaar geleden aan dat er een verband is tussen de daling van het aandeel van arbeid in het Bruto Nationaal Product en de toename van de ongelijkheid.

 

De actie ‘Fight for 15$’ in de Verenigde Staten gaat tegen de trend van lage lonen in. De Amerikaanse vakbondsman Nicholas Allen kwam al naar België en Frankrijk om de Europese collega’s te informeren en sensibiliseren over hun campagne. Het ABVV berekende dat een loon die naam waardig, minstens 2.300 euro per maand of 14 euro per uur moet bedragen. Omdat het om euro’s gaat, luidt de slagzin hier ‘Fight for 14’. Een eerste succesje is er al: in februari besliste het voedingsbedrijf Terbeke Pluma in Wommelgem om de startlonen op 14,05 euro vast te leggen. De eerste gesprekken over een significante verhoging van het minimumloon zijn binnen de Nationale Arbeidsraad opgestart. En dat mag het ABVV volledig op zijn conto schrijven. Als ABVV hebben we de minimumlonen terug op de sociale agenda gezet. In het volle besef dat deze doelstelling niet in een handomdraai zal worden bereikt, maar met de vaste overtuiging dat we nu stap voor stap die weg moeten opgaan.

Bronnen

  • Een eeuw solidariteit - geschiedenis van de socialistische vakbeweging, Luc Peiren en Jean-Jacques Messiaen, ABVV – Ludion – AMSAB – IEV, 1997

  • Politieke geschiedenis van België sinds 1830, Els Witte en Jan Craeybeckx, Standaard Wetenschappelijke uitgeverij Antwerpen, 1985

  • Wat zoudt ge zonder het werkvolk zijn? Anderhalve eeuw arbeidersstrijd in België deel 1: 1830 – 1966, Jaak Brepoels 

  • Wat zoudt ge zonder hert werkvolk zijn?, Anderhalve eeuw arbeidersstrijd in België, Jaak Brepeols, Kritak, 1988

  • Geschiedenis van de kleine man, Jan Neckers, 1983

  • De Standaard 10.08.19, spierkracht legt het af tegen machines – herverdeling minimuminkomen.

  • Fight for 14 Lars Vande Keybus - Studiedienst federaal ABVV - Jean-Marie De Baene - Studiedienst federaal ABVV  - Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 5 (mei), pagina 52 tot 57

  • Het Europees minimumloon: lakmoesproef voor een sociaal Europa - Olivier Pintelon - Stan De Spiegelaere - Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 6 (juni), pagina 64 tot 73