© BBTK - Antwerpen | 2018 | Van Arteveldestraat 9-11 2060 Antwerpen | Disclaimer

 

Staking 60 - 61

 

1. Belang

Op 9 augustus ’60 – volop in de Kongocrisis – hield de eerste minister een persconferentie waarin hij de grote lijnen van het nieuwe regeerprogramma voorstelde. Ze hadden niet alleen betrekking op de overheidsfinanciën door bezuinigingen en de economische expansie; maar ook op de werking van de politieke instellingen en de algemene organisatie van de staat. (Gaston Eyskens, Memoires p. 595). De basisgedachte van de Eenheidswet was geen economische expansie zonder gezonde openbare financiën en geen sociale vooruitgang zonder economische expansie. Wanneer hebben we dit nog gehoord?

Het ABVV en de BSP (Belgische Socialistische Partij – voorloper SP.A) startten met de Operatie Waarheid als reactie op de Eenheidswet op een startbijeenkomst te Namen op 20 oktober ’60. Op 9 november hield Louis Major, algemeen secretaris van het ABVV een persconferentie: ‘betogingen, manifestaties, meetings tot en met stakingen, kortom ‘alle syndicale en geldige middelen’ zouden worden aangewend om de ‘ongelukswet’ en ‘de reactionaire plannen van Eyskens ‘ te bestrijden.’ (Gaston Eyskens, Memoires p. 619).

Meer dan de helft van de arbeiders nam deel aan deze staking die sterk gericht was tegen het kapitalistisch systeem. Er was wel geld voor militaire uitgaven maar niet voor de sociale zekerheid. Voor de buitenlandse pers was het ‘de staking van de eeuw’. Sommige stakers hadden ervaring in het verzet en maakten hiervan gebruik om de staking te organiseren. Het gemeentepersoneel werd opgeëist om o.a. het vuilnis op te halen dat al dagenlang in de straten lag. Werkwilligen werden door de rijkswacht en het leger beschermd tegen de stakersposten.

 

2. Wat ging er vooraf

In 1960-61 was er een algemene staking. Die volgde op de economische crisis van de jaren 1950. Doordat het Belgische productieapparaat de oorlog in relatief ongeschonden toestand overleefd had, kreeg ons land minder steun via het Marshallplan (economisch herstelprogramma van de Verenigde Staten voor de geallieerden na WOII). Onze economie kende weliswaar een snelle opleving, maar kon niet meer concurreren met die Europese landen die dankzij de Marshallsteun hun economie wel hadden gemoderniseerd. Eerste slachtoffer was de mijnbouw, die België na de oorlog recht had gehouden, maar nadien alleen overeind bleef door subsidies. Toen vervolgens de vraag naar steenkool terugliep, sloot de rooms-blauwe regering-Eyskens-Lilar (1958-61) de helft van de Waalse mijnen, wat leidde tot een algemene mijnstaking in Henegouwen in februari 1959. De sociale onrust werd nadien verder aangewakkerd door de hogere indirecte belastingen (6,6 miljard BFR), besparingen (11 miljard BFR) in de werkloosheidsverzekering en meer controle op misbruiken in de ziekte- en invaliditeitsverzekering (Eenheidswet) waarmee diezelfde regering de crisis wilde bedwingen.

Die aanpak stond haaks op de economische structuurhervormingen waarmee het ABVV meer economische democratie wilde realiseren en de werknemers bij het economische beleid betrekken. Het ABVV ging dan ook in het offensief met een 24 urenstaking op 29 januari 1960. Met Operatie Waarheid informeerde de SGA (Socialistische Gemeenschappelijke Actie, = platform van de socialistische partij, coöperaties, vakbond en mutualiteit) de bevolking over de socialistische alternatieven voor de Eenheidswet en op 14 december was er een nationale actiedag tegen de wet. Het ABVV hield op 16 december een uitgebreid nationaal comité. De meeste Vlaamse woordvoerders pleitten voor een nationale strijddag. De ACOD (Algemene Centrale der Openbare Diensten) en André Renard verdedigde met de meeste Waalse voormannen de algemene staking tot de finish. Het ABVV was intern verdeeld; Renard kreeg 475.823 stemmen, 498.487 stemden tegen en 53.112 onthielden zich.

3. Verloop van de staking

Sluitstuk van de agitatie was de staking tegen de Eenheidswet, die begon op 20 december bij de start van het debat in de kamer. Nog voor de gewesten of centrales zich over een deelname konden uitspreken, legden veel werknemers spontaan het werk neer. Op 22 december droeg het nationaal ABVV-bureau de staking over aan de gewesten. Eén dag later was de staking algemeen in Wallonië en in de openbare sector in Vlaanderen. Op 24 december ’60 richtte Gaston Eyskens zich tot de bevolking via de radio en TV: ‘De democratie is niet meer mogelijk, indien men op straat regeert en de wet niet meer gemaakt wordt in het parlement door de vertegenwoordigers die de natie zelf heeft gekozen. De Eenheidswet werd op een correcte wijze onderzocht door de parlementaire commissie. Zij werd reglementair voor de Kamer in bespreking gebracht, vooraleer voorgelegd te worden aan de Senaat. Zij zal niet in toepassing worden gebracht, indien zij niet gesteund wordt door een onbetwistbare meerderheid die zich vrij zal kunnen uitspreken. Dat is de regel van de democratie.’ (Gaston Eyskens, Memoires p. 624).

Op 29 december ’60 had er een grote betoging in Antwerpen plaats. Karel Boeykens (ex-voorzitter BBTK) vertelt: ‘ Omdat onze leden het echter wel eens waren met de stakers, zou ik als hun vertegenwoordiger (delegee BBTK bij Schippers-Podevijn - later Giesen – Hayes Lemmerz in Hoboken) samen met de arbeiders de fabriek verlaten, om op de betoging onze solidariteit met de stakers te betuigen. Mijn afdelingschef wilde mij echter geen toelating geven om de fabriek te verlaten. Het zou mij een tweede sanctie kosten, maar niets kon mij weerhouden om dan maar samen met de arbeiders naar de betoging te gaan. Zonder moeite nam ik samen met vele anderen de tram op de Sint-Bernardsesteenweg. Nog voor we aan de leien kwamen stopte de tram in de Brederodestraat. Heel de straat stond vol tramtoestellen. Onze trambestuurder verliet het voertuig samen met zijn passagiers, sloot de deuren en ging eveneens naar de betoging. Aan de nationale bank zag het al zwart van het volk. Ik denk dat het de grootste betoging (15 à 20.000 betogers) was die ooit door Antwerpen liep. De sfeer was vast beraden. Nu moest het gebeuren.’ (Karel Boeykens Herinneringen p.31).

In Wallonië kreeg de staking in januari 1961 onder impuls van het Coördinatiecomité van de Waalse ABVV-gewesten en de Waalse BSP een federalistische dimensie: André Renard koppelde de economische structuurhervormingen aan de hervorming van de staat zodat het ABVV tenminste in Wallonië zijn gedachtegoed kon realiseren. Op 3 januari uitte Renard het dreigement om de hoogovens te doven, het ultieme wapen om werkgevers en overheid overstag te doen gaan. Vanaf dat moment werd het werk in Brussel en Vlaanderen hervat, maar in Wallonië werd de situatie grimmig, met sabotagedaden en straatgevechten in Luik. Op 6 januari werd het station van Luik-Guillemins bestormd en lieten twee stakers het leven. In Antwerpen werden op 8 januari de vuilnismannen opgevorderd, velen duiken echter onder. Ook in Wallonië vonden er werkhervattingen plaats vanaf 11 januari. Het stakersfront trok zich terug in de bastions Henegouwen en Luik en doofde er langzaam uit. De regering sluisde de Eenheidswet door de Kamer op 13 januari. Op 23 januari gingen de metaalbewerkers van Luik en Charleroi opnieuw aan de slag.

In sommige bedrijven gingen de arbeiders in groep eensgezind naar binnen met opgestoken vuist en onder het zingen van de Internationale. Talrijke ABVV-militanten werden nadien wel ontslagen … .

Er waren 700.000 stakers betrokken en er hadden 300 betogingen plaats. Zeker in Wallonië heerste er een prerevolutionaire sfeer. De regering mobiliseerde 18.000 rijkswachters voor een harde openbare ordehandhaving (op pakken van stakers en breken van stakerspiketten). Ongeveer 15.000 soldaten werden ingezet om viaducten, treinstations en elektriciteitscentrales te bezetten. ACOD-nationaal had na de staking een schuld van 56 miljoen BFR. Een staker kreeg 50 BFR per dag, een redelijk maandloon bedroeg 5.000 BFR inbegrepen de gezinsbijslag voor 2 kinderen.

4. succes of verlies?

De meningen over het ‘succes’ of het ‘verlies’ van de staking zijn verdeeld. Bepaalde wetten werden wel of niet uitgevoerd. Door de staking werd bij de ambtenaren het sociaal overleg ingevoerd wat voor de ACOD een duidelijke overwinning was. Tevens werd het stakingsrecht in de openbare dienst erkend. De pensioenleeftijd voor ambtenaren werd niet verhoogd; de wedden bij de gemeenten werden niet genivelleerd naar die bij de ministeries. De onrechtstreekse belastingen werden wel sterk verhoogd met als gevolg koopkrachtverlies voor de bevolking. ACOD en CCOD (Christelijke Centrale van de Openbare Diensten) vormden een gemeenschappelijk front zodat zij hun eisen beter konden realiseren. Vrij snel volgden het ABVV en ACV deze syndicale strategie voor de interprofessionele onderhandelingen.

De regering van CVP (Christelijke Volkspartij – voorloper van CD&V) en Liberalen was eind februari gevallen wegens interne tegenstellingen bij de CVP. Bij de verkiezingen van 26 maart ’61 leed de CVP 5% verlies, wonnen de liberalen en de BSP licht. De communisten wonnen 3 zetels.

5. van 'staking van de eeuw' tot nu

Dergelijke, grote staking hebben we de laatste 60 jaar niet meer mee gemaakt. Tijden veranderen en onze actiekracht en –vormen ook. Begin jaren ’80 hebben we alleen gestreden tegen de volmachten van de regeringen Martens. Het Globaal Plan van de rooms-rode regering o.l.v. Jean Luc Dehaene was een zware saneringsoperatie voor België om de Maastrichtnormen te halen. Dit diende om later te kunnen toe treden tot de Euro en de Europese Eenheidsmarkt. ABVV en ACV reageerden hiertegen in gespreide slagorde.

Tegen het beleid van de regering Michel protesteerden we ook heftig maar niet altijd in gemeenschappelijk vakbondsfront. Één rode draad loopt er doorheen dit protest: besparingen die hoofdzakelijk de werknemers treffen en niet de 10% rijken die hun aandeel in het Bruto Nationaal Product de laatste jaren zien toe nemen. Zij genieten ook van alle voordelen maar dragen in verhouding steeds minder bij!

6. Vandaag

Door heen onze geschiedenis hebben we als vakbond steeds politieke standpunten ingenomen en we blijven dit doen. De politieke samenstelling van de regering speelt hierbij geen rol. Om onze eisen kracht bij te zetten, maken we gebruik van het stakingswapen wanneer dit noodzakelijk is. Eerst intern overleg en onderhandelen met de partijen die beslissen. Wanneer praten en onderhandelen niets oplevert voor onze leden, gaan we over tot actie (betoging, petitie, uitdelen van pamfletten, prikactie, staking, …). Dit proces wordt intern besproken met de militanten die hiervoor onze leden consulteren.

Onze waarden (solidariteit, rechtvaardigheid, gelijkheid en democratie) zijn de ijkpunten voor het ABVV en BBTK om politieke beslissingen te beoordelen. Belastingen, sociale zekerheid, klimaat, onderwijs, …. zijn onderwerpen die we nauw gezet opvolgen. Politieke beslissingen beïnvloeden het dagelijks leven van onze leden.

Wij zijn een rode vakbond en komen op voor alle werknemers; man – vrouw, jong – oud, ongeacht hun afkomst en levensbeschouwelijke of godsdienstige overtuiging of seksuele voorkeur. Meer dan 100 jaar geleden stonden er voor onze rechten militanten in de frontlijn. Dit blijven we doen.

Bronnen

  • Het Belgisch labyrint, Of de schoonheid der wanstaltigheid, Geert van Istendael, Uitgeverij De Arbeiderspers, 1989

  • Gaston Eyskens de memoires, Jozef Smits (redactie en samenstelling), Lannoo / Ipovo, 1993

  • Herinneringen van Karel Boeykens, Ex-voorzitter BBTK periode 1954 – 1965, Uitgave BBTK federaal december, 2010

  • Politieke geschiedenis van België, Theo Luykx, Elsevier, 1978

  • Vechten voor onze rechten – de staking tegen de Eenheidswet 60-61, Frans Buyens Leo De Haes Bert Hogenkamp Alain Meynen, Uitgeverij Kritak, 1985

  • Wording en strijd van het socialistisch vakverbond van Antwerpen, Geert Van Goethem, Amsab, 1994

  • Bevriende vijanden – hoe de Belgische socialisten uit elkaar groeiden, Harry Van Velthoven, Uitgeverij Polis, 2019

  • Wat zoudt gij zonder het werkvolk zijn, Anderhalve eeuw arbeidesrsstrijd in belgië/ deel 2 1966 – 1980, Jaak Brepoels, Kritak, 1981

  • Amsab Luc Peiren