Commune van Parijs (1870 - 1871)

 

1. Belang

De Commune van Parijs (1870-1871) was de eerste geslaagde machtsgreep van arbeiders en kleine lieden in een grote (!) hoofdstad. Ook andere Franse steden kwamen in opstand.

De bloedige onderdrukking ervan heeft deze episode een belangrijke plaats gegeven in de geschiedenis van de internationale en Belgische socialistische beweging.

 

2. Voorspel

 

De Franse keizer en dictator Louis Bonaparte (een neefje van Napoleon I) heeft een aantal slecht afgelopen internationale oorlogen achter de rug. O.a. daardoor duikt zijn populariteit omlaag en hij kan dus wel een opsteker gebruiken. Hij ziet dat Bismarck er meer en meer in slaagt om de kleine Duitse vorstendommen onder te brengen in één keizerrijk. Daardoor dreigt Duitsland het heersende land te worden in Europa. Bonaparte wil dit niet laten gebeuren en verklaart daarom de oorlog aan Duitsland.

De oorlogskansen keren snel en door enkele fatale nederlagen wordt Bonaparte zelfs gevangengenomen.

Bismarck rukt op tot net voor Parijs en omsingelt de stad vrijwel volledig. Hij legt een blokkade op, maar blijft ver genoeg om niet geraakt te worden door de Parijse kanonnen. Omdat Parijs goed verdedigd is door stadswallen en vooruitgeschoven militaire forten, beslist hij om niet aan te vallen maar om de stad uit te hongeren. Dat lukt aardig: de Parijzenaren eten honden, katten en ratten. De kindersterfte is onrustbarend.

Ondertussen begint de bevolking zich o.a. in wijkcomités te organiseren en bewapent ze zich d.m.v. de Nationale Garde.

De regering verhuist naar Versailles en heeft meer schrik van het Parijse volk dan van Bismarck.  De Franse machthebbers hebben meer gemeen en sympathie met de Duitse regering dan met de rebellerende Parisiens 1.

De Franse regering geeft zich over aan de Duitsers en moet grote herstelbetalingen ophoesten aan de Duitsers.

Om de Parijse rebellie de kop in te drukken en tegemoet te komen aan de Duitse eisen, probeert de Franse regering om de kanonnen van de Parisiens te stelen. Dit opzet wordt ontdekt, de Parijsenaars kunnen de roof beletten en radicaliseren nog meer. Zij moeten zich nu niet alleen verweren tegen de Duitsers maar ook tegen hun eigen regering.

Ook Marseille, Lyon en andere steden komen in opstand, maar de Franse regering onderdrukt deze bloedig.

 

3. De Commune

Op school leerden we over de Franse Revolutie en haar Liberté, Egalité, Fraternité: Vrijheid, Gelijkheid, Broederlijkheid. Er werd echter niet bij verteld dat deze begrippen in de loop van de geschiedenis wel eens van inhoud veranderden. Ze betekenden in 1789 niet hetzelfde als wat wij er vandaag onder verstaan.

Zo was Vrijheid wel de reactie tegen de repressie van de koning, maar ook de vrijheid om handel te drijven, een onderneming te stichten én andere mensen uit te buiten.

Gelijkheid moest zorgen voor juridische gelijkschakeling tussen ondernemers en tegen de voorrechten van de adel.

De Broederlijkheid ging over de harmonie tussen kapitaalsbezitters (kapitalisten) en zij die voor hen werkten (de arbeiders) om er samen iets van te maken.

 

De Commune zag het anders. Zij zag Vrijheid als de bevrijding van loonslavernij, Gelijkheid als vaccin tegen uitbuiting van de ene mens door de andere en Broederlijkheid als solidariteit en een samenleving die niet opgedeeld was in klassen.

De “Commune” (betekent eigenlijk zoveel als “stadsbestuur”) ging een zeer vooruitstrevende koers varen. Enkele voorbeelden van wat dit op sociaal en politiek vlak betekende:

  • Algemeen kiesrecht (weliswaar alleen voor mannen) en verkozenen zijn steeds afzetbaar door hun kiesdistrict.
    Vrouwen hebben geen stemrecht maar zijn toch zeer actief. Ze organiseren zich in clubs zoals het ‘Comité des femmes’ en het ‘Union des femmes pour la défense de Paris et les soins aux blessés’. Op de barricades zijn ze verpleegster of ze laden de geweren van de mannen. Veel vrouwen nemen ook zelf de wapens op

  • Verplicht en gratis onderwijs

  • Invoering van een minimumloon

  • Het verbieden van boetes door werkgevers aan hun arbeiders

  • Fabrieken werden coöperaties

4. Repressie

Na de Franse overgave laat Bismarck een aantal krijgsgevangen Franse soldaten vrij waardoor het leger terug kan gevormd worden. Hij kijkt er op toe dat er maar net voldoende soldaten worden gelost zodat de Franse regering Parijs kan aanvallen. Die doet dat dan ook meteen.

Het Duitse leger grendelt de stad af zodat niemand kan vluchten. Het Franse leger maakt gebruik van de grote lanen om op te rukken.

De Communards worden uiteindelijk teruggedrongen naar de begraafplaats ‘Père-Lachaise’. Daar worden na de laatste strijd 200 mannen, vrouwen en kinderen standrechtelijk tegen een muur doodgeschoten. Die plaats is bekend als ‘Le mûr des fédérés’. Tot op vandaag worden er bloemen neergelegd ter ere van de slachtoffers.

 

De tol is zwaar: aan de kant van de Commune zijn er tussen de 20.000 en 30.000 doden gevallen. Er worden 50.000 mensen gevangen genomen. Tegen die groep worden nog eens 270  doodvonnissen uitgesproken (waaronder 8 vrouwen), 410 krijgen levenslange dwangarbeid en 7.500 worden gedeporteerd naar Nieuw-Caledonië (een eiland ten oosten van Australië).Er bleven 70.000 vrouwen, kinderen en ouden van dagen achter zonder verzorging. Velen vonden alsnog de dood.

 

5. Internationale verontwaardiging

Om de internationale verontwaardiging te beschrijven, kunnen we het best de toenmalige pers aan het woord laten. De Parijse correspondent van de Engelse Daily News (8 juni 1871) doet verslag over één van de talrijke strafexpedities van het Franse leger in de laatste week van mei 1871:

“De colonne met gevangenen hield halt in de Avenue Uhrich en werd in 4 of 5 rijen met het gelaat naar de weg op het trottoir opgesteld. Generaal Marquis de Galliffet en zijn ondergeschikten stegen van hun paarden en begonnen de rijen van links naar rechts te inspecteren. Terwijl hij traag heen en weer liep, zijn oog liet rusten op de opgestelde rangen, bleef de generaal hier en daar stilstaan, gaf een man een tik op de schouder en liet hem uit de colonne verwijderen. In de meeste gevallen werd het individu dat er zo werd uitgelicht zonder veel omhaal naar het midden van de straat geleid, waar aldus een kleine bijkomende groep gevangenen werd gevormd. Het was duidelijk dat hier grote ruimte voor vergissingen werd gelaten. Een bereden officier maakte de generaal opmerkzaam op een man en een vrouw, wegens de één of andere bijzondere misdaad. De vrouw ijlde uit de rijen naar voren, viel op de knieën en bezwoer heftig, met opgeheven handen, haar onschuld. De generaal wachtte tot ze ophield en zei toen met een volkomen rustig gelaat en onbewogen: “Mevrouw, ik heb alle theaters van Parijs bezocht, het loont de moeite niet komedie te spelen”.

Het was die dag een kwaad ding om opvallend langer, vuiler, schoner, ouder of lelijker te zijn dan je buurman. Van één persoon viel mij op dat hij zijn spoedige verlossing uit dit tranendal te danken had aan zijn gebroken neus. (…) Een vuurpeloton stelde zich op voor het honderdtal mensen dat op hierboven geschetste wijze was geselecteerd. Daarna zette de rest van de colonne haar tocht verder, de overigen achterlatend. Enkele minuten later weerklonk een trommelvuur achter ons dat ongeveer een kwartier aanhield. Het was de terechtstelling van deze standrechtelijk veroordeelde sukkels.”

 

Een andere Engelse krant, ‘Evening Standard’, laat ook zijn man ter plaatse aan het woord:

“De ‘Temps’, een bedachtzaam blad, dat volstrekt niet op sensatie uit is, vertelt een gruwelijke geschiedenis van mensen, die half waren doodgeschoten en vóór hun dood begraven …”

Victor Hugo 2 was eerder al verbannen uit Frankrijk en verblijft in Brussel. De Belgische regering wil geen asiel verlenen aan ontkomen communards. Victor Hugo springt op de bres voor deze vluchtelingen en verdedigt de Commune. Zijn huis wordt aangevallen (o.a. door een zoon van een minister). Na parlementaire tussenkomsten krijgt hij een uitzettingsbevel en moet hij België verlaten.

 

6. Gevolgen voor de Belgische vakbeweging

Vóór de Parijse strijd zat de Belgische arbeidersbeweging vooral in de zacht-anarchistische hoek. De verschillende (vooral kleinschalige) initiatieven waren geïnspireerd door wederkerigheid en het "elkaar ondersteunen”. Veel heil werd verwacht van coöperatieven die de goederen goedkoper konden verkopen aan de eigen leden. Ze moesten ook dienen om de weg naar zelfbeheer te wijzen. De weerstandskassen waren eerder bedoeld voor ondersteuning bij ziekte en werkloosheid. Het organiseren van stakingen werd dikwijls gezien als nutteloze energie- en geldverspilling.

Kort gezegd: het was allemaal nogal braafjes. Gelet op de toenmalige repressie, het politieke landschap en de pas ontluikende (en dus fragiele) structuren, kon het misschien niet anders.

Er was natuurlijk heel veel goeie wil en ontzettend grote inzet. Er werd vooral geleefd van hoop maar om die te voeden heeft men ook successen nodig.

 

Dat succes moest de Parijse Commune zijn. Zij werd aanzien als het begin van de sociale omwenteling in de wereld! 3 Een geweldige beweging van internationale solidariteit trok door Europa. O.a. de Belgische socialisten staken veel tijd en energie in solidariteitswerk met de Commune om ze te doen slagen. Ook vertrokken er internationalisten naar Parijs om met de wapens de Commune te steunen. Zo informeerde bv. de Antwerpenaar Victor Buurmans het thuisfront d.m.v. brieven. Na het neerslaan van de Commune schreef hij “opent uw oogen, blijft niet langer de speelbal van liberale en klerikale paljassen; spant te zamen om het groote doel, de drijfveer van al ons streven, de vrijmaking van den werkersstand te verwezenlijken”.

 

De opstand werd echter letterlijk in het bloed gesmoord wat niet alleen leidde tot grote internationale verontwaardiging, maar ook tot ontmoediging van de eerste generatie van socialisten.

 

Er kwamen ook andere inzichten de kop opsteken.

Ten eerste: de noodzaak aan een goed en zo breed mogelijk georganiseerde arbeidersbeweging. Het anarchisme wordt afgezworen, maar de coöperatieven en mutualiteiten krijgen wel hun plaats. De nadruk van de beweging komt te liggen op het politieke vlak: de verovering van de staatsmacht via het algemeen stemrecht.

Ten tweede: het besef dat strijd noodzakelijk is om overwinningen te behalen.

Als voorbeeld geven we de staking van de Newcastlese metaalbewerkers in 1871 voor de 10-urendag. De patroons willen Belgische arbeiders rekruteren om de staking te breken, waarop de Engelse vakbonden de solidariteit vragen van de Belgische. Ook de Belgische metallo’s gaan in staking. Niet alleen de vakbonders zijn in actie, ook “gewone” leden leggen het werk neer. De werkgevers moeten plooien en de 10-urendag wordt in de metaalsector een feit.

Eerlijkheidshalve moeten we zeggen dat deze overwinning geen lang leven beschoren was, maar een trend was gezet.

 

 

7. Andere vooruitstrevende beslissingen van de Commune:

  • De verkozenen verdienen een arbeidersloon

  • Opheffing van het staande leger, invoering van de dienstplicht en het volk wordt bewapend

  • Absolute scheiding van kerk en staat. Afschaffing van alle betalingen door de staat voor godsdienstige doeleinden. Omzetting van alle bezittingen van de geestelijkheid naar nationaal eigendom. Alle religieuze symbolen worden uit de scholen verbannen

  • Musea worden geopend voor het volk, de inkom is gratis

  • Erkenning van niet-gewettigde huwelijken. Ongehuwde weduwen van oorlogsslachtoffers krijgen recht op pensioen en alle kinderen krijgen hetzelfde statuut

  • Afschaffing van de nachtarbeid voor bakkersgezellen

  • Teruggave van de onderpanden uit de pandjeshuizen

  • Toestemming tot niet-betaling van schulden en huren. Verbod om mensen op straat te zetten. De huishuur van oktober 1870 tot april 1871 wordt kwijtgescholden. De betaalde bedragen worden in mindering gebracht voor de komende periode

  • Afschaffing van de guillotine

  • Buitenlandse medestanders werden aanvaard als gelijkgerechtigde leden (zelfs op hoge posten: de Pool Dombrowski als “hoofd defensie” en een Duitser belast met “tewerkstelling”). Dit onderstreept het internationalisme. De Commune verklaart: “de vlag van de Commune is die van de universele republiek”

 

Bronnen en voetnoten:

Bronnen:

Privé-domein nr. 117 uitgeverij de arbeiderspers Amsterdam – Antwerpen achtste druk 1999 copyright Nederlandse vertaling 1985 ISBN 90 295 1794 8 / NUGI 321

1871 dinsdag 28 maart p. 244 – 245

  • Léon De Fuisseaux, De schanddaden van het cijnskiesstelsel, Gent, J. Foucaert, 1891

  • De geschiedenis der arbeidersbeweging van Antwerpen en Omliggende. A. Van Laar, uitgeverij “Ontwikkeling”, 1926

 

Voetnoten:

1. Ter illustratie: citaat uit het dagboek van de welgestelde Edmond de Goncourt:

“Wat er nu gebeurt zien de kranten louter als een zaak van decentralisatie: o zeker, het is een zaak van decentralisatie!

Wat er gebeurt is eenvoudigweg de verovering van Frankrijk door de arbeiders; ze onderwerpen adel, burgerij en boerenstand aan hun heerschappij. De regering gaat van de handen van de bezitters over in de handen van degenen die niet bezitten, van hen die een materieel belang hebben bij de instandhouding van de maatschappij naar degenen die volstrekt niet geïnteresseerd zijn in orde, stabiliteit en behoud … Volgens de grote wet van de verandering die al het aardse beheerst, zijn de arbeiders misschien voor de moderne maatschappijen wat de barbaren voor de samenlevingen van de oudheid zijn geweest, namelijk elementen die blindelings vernietiging en ontbinding brengen?”

Privé-domein nr. 117 uitgeverij de arbeiderspers Amsterdam – Antwerpen achtste druk 1999 copyright Nederlandse vertaling 1985 ISBN 90 295 1794 8 / NUGI 321

1871 dinsdag 28 maart p. 244 - 245

2. Beroemde Franse schrijver/dichter (van o.a. Les Misérables en De bultenaar van de Notre-Dame)

3. door Léon De Fuisseaux genoemd “de gewichtigste maatschappelijke omwenteling, sedert die der slaven door Spartacus aangevoerd”

© BBTK - Antwerpen | 2018 | Van Arteveldestraat 9-11 2060 Antwerpen | Disclaimer